Wado Ryu

Wado-ryu karate is een van de grote karate stijlen van het traditionele Karate-Do.

 

Wado-ryu wordt gekenmerkt door realistische technieken waar al het overbodige is weg gelaten.
Op elke aanval van de tegenstander wordt gereageerd met een ontwijking gevolgd door een tegenaanval.
Slagen, stoten en trappen worden gevolgd door klemmen en worpen.

 

De drie basisprincipes van wado ryu karate
1. Muda na chikara: geen onnodige kracht
2. Muda na ugoki: geen onnodige beweging
3. Muda na waza: geen onnodige techniek

foto
De grondlegger van de Wado-ryu stijl is Hironori Ohtsuka.
Hij werd geboren op 1 juni1892 in het plaatsje Shimohate te Japan. Toen Hironori Ohtsuka 4 jaar oud was, kwam hij voor het eerst in aanraking met jiujitsu. Hij kreeg les in Jujutsu van zijn oom Chojiro Ebashi. Op zijn 13e jaar startte hij met Shindo Yoshin Ryu Jujutsu bij Tatsusaburo Nakayamo, de derde grootmeester uit deze stijl.
In 1922 kwam Hironori Ohtsuka inmiddels 30 jaar in contact met karate. Hij was in Tokio en zag één van de demonstraties die door Gichin Funakoshi werd gegeven, hij was zo onder de indruk dat hij toen met shotokan karate is begonnen bij Funakoshi.
Na 10 jaar trainen bij Funakoshi sensei, heeft Hironori Ohtsuka besloten zijn eigen karatestijl te ontwikkelen, omdat hij vond dat sommige blokkeringen en technieken uit het karate van Funakoshi niet gebruikt konden worden in een gevecht of tijdens het trainen.

 

Hironori Ohtsuka ontwikkelde het Wado-ryu karate door het japanse Jujutsu te combineren met de beste elementen van het Okiniwaanse karate.
Over het algemeen genomen is het Wado-ryu karate één van de meer defensievere karatestijlen en ondanks haar sobere karakter is de stijl toch sierlijk te noemen.

 

De Wado-ryu stijl kent vijftien officiële kata’s.

Dit zijn de vijf pinans:
pinan shodan, pinan nidan, pinan sandan, pinan yodan, pinan godan;

gevolgd door tien hogere “kata’s”:
kushanku, naifanchi, bassai , chinto, wanshu, seichan, jion, jitte, rohai, niseishi.